OUDERSCHAP PERSOONLIJK

Mijn peuter speelt niet met andere kinderen

31 januari 2020
peuter op de peuterspeelzaal - peuter speelt niet met andere kinderen

‘Quinn had een leuke ochtend op de peuterspeelzaal’, zei de juf toen ik hem kwam ophalen. Ze vervolgde haar praatje met de mededeling dat Quinn wel heel erg op zichzelf gericht is en niet met andere kinderen speelt. Waar ik dacht dat peuters toch over het algemeen juist meer naast dan met elkaar spelen, vond zij dit toch duidelijk een puntje van aandacht. Ik besloot maar eens op onderzoek uit te gaan. Mijn zoon Quinn is nu ruim 3 jaar. Is het inderdaad normaal als je peuter niet met andere kinderen speelt, of moeten er misschien alarmbellen afgaan?

Tot 2 jaar: vooral op zichzelf gericht

Kleine kinderen zijn tot hun tweede verjaardag nog grotendeels op zichzelf gericht. Dat betekent niet dat het kind geen interactie zoekt, maar het heeft in zijn spel gewoonweg geen andere kinderen nodig. Van samenspelen is hier dan ook nog geen sprake. Een dreumes en jonge peuter vinden het prima om alleen met een autootje door de kamer te rijden, of om blokken op elkaar te stapelen.

Tussen 2 en 3 jaar: meer interesse in anderen

Rond de leeftijd van twee jaar gaat een peuter zich meer naar buiten richten. Hij of zij krijgt meer interesse in waar andere kinderen mee bezig zijn, maar wel uit eigen perspectief. Het kind kan dus een ander kind observeren en denken: ‘daar wil ik ook mee spelen’, of: ‘dat speeltje wil ik ook’. Jonge peuters kunnen leuk naast elkaar spelen en daarbij best wat interactie hebben, maar van echt samenspelen is nog geen sprake. Kinderen hebben op deze leeftijd nog te weinig besef van de wensen en gevoelens van anderen. Wel is het zo dat peuters van het naast elkaar spelen en elkaar observeren en imiteren, ontzettend veel leren.

Tussen 3 en 4 jaar: voorzichtige stappen naar samen spelen

Rond het derde jaar vindt er een verandering plaats. Meestal zetten peuters rond die leeftijd voor het eerst stappen naar het betrekken van anderen bij het spel. Vaak ontstaat dat trouwens bij toeval, doordat twee peuters toevallig met hetzelfde aan het spelen zijn. Het komt dus meer door het speelgoed of de activiteit dat kinderen elkaar vinden, dan dat ze elkaar bewust opzoeken. Dat komt meestal pas op latere leeftijd. Het samenspelen is voor driejarigen vaak nog wel heel moeilijk. Het leidt snel tot conflicten en van delen is nog nauwelijks sprake. Een peuter van drie kan het eigen spel ook nog niet goed aanpassen aan de wensen van het andere kind. Je zult begrijpen dat dit daarom niet altijd vlekkeloos verloopt.

Lees ook: 5 x de leukste spellen voor peuters

Mijn eigen (moeder)gevoel wat Quinn betreft

Mijn dochter Lise had op de peuterspeelzaal al heel snel een vast vriendinnetje. Ik denk dat ze 2,5 jaar was toen dit ontstond. Destijds kregen we te horen dat dat toch vrij uniek was. Het samenspelen, maar ook het hebben van een vast maatje. Die twee zochten elkaar telkens op. Zo erg dat ik me zelfs weleens zorgen maakte of ze ook niet eens met een ander kindje moest spelen.

Quinn is een totaal ander kind dan Lise. Hij is nieuwsgieriger, minder verlegen en heeft een sterke eigen wil. Hij is natuurlijk opgegroeid met een grote zus, dus ik ging ervan uit dat hij daardoor het samenspelen met de paplepel ingegoten zou krijgen. Ondanks hun leeftijdsverschil van drie jaar, spelen Lise en Quinn vaak met elkaar. Het is dan vooral Lise die het spel aanpast op zijn niveau, maar ze kunnen echt al samen een plannetje bedenken en hebben dan hele gesprekjes over hoe ze dat gaan uitvoeren (niet altijd zonder conflict, uiteraard).

Op de peuterspeelzaal was Quinn altijd al een heel ander kind dan thuis of bij de gastouder. Zo heeft het heel lang geduurd voor hij er (hardop) durfde te praten, terwijl we thuis zijn volume vaak moeten temperen. In de andere peuters heeft hij nooit veel interesse getoond. Hij zocht zijn favoriete werkje, of dook het speelkeukentje in en ging daar dan zijn eigen gang. Ik was dus niet heel verbaasd toen de juf deze opmerking maakte. Als Quinn bij de gastouder is, voelt hij zich naar mijn idee meer op zijn gemak en is daardoor automatisch wat meer zichzelf. Hij speelt daar vaak met een vriendje en ze hebben dan de grootste lol.

Ik vind het goed te weten dat er op deze leeftijd voorzichtige stappen worden gezet naar samenspelen. Maar ik geloof ook dat elk kind hier (zoals met alles) zijn eigen tempo voor heeft. Ik heb in elk geval het gevoel dat ik me geen zorgen hoef te maken. Eigenlijk vertrouw ik er gewoon op dat Quinn de komende maanden ontdekt dat hij ook op de speelzaal leuk met de andere kinderen kan samenspelen.

Speelt (of speelde) jouw peuter al vanaf jonge leeftijd samen met andere kinderen? En merk(te) jij ook een verschil tussen het gedrag thuis en op de speelzaal/opvang?

Bron: Opvoedadvies.nl

You Might Also Like

2 Comments

  • Reply Wendy 31 januari 2020 at 06:43

    Ik zou me geen zorgen maken. Je ziet thuis en bij de gastouder dat hij het kan. Bij de speelzaal zal het ook wel komen.

  • Reply Esther 31 januari 2020 at 14:00

    Doet me denken aan mijn eigen zoontje van drie. Hij heeft heel lang moeten wennen op de psz. Hij gaat er nu bijna een jaar naartoe en pas de afgelopen maanden komt hij wat meer los. Thuis is hij ook heel anders en veel meer aanwezig en speelt ook veel met zijn grote zus. Op de psz had hij de eerste periode weinig tot geen interactie met de andere kinderen, alleen met de juffen. Ze hebben toen geadviseerd om hem vier ochtenden te laten gaan en dat is voor hem wel goed geweest denk ik. Sommige kinderen hebben gewoon veel meer tijd nodig om zichzelf te kunnen zijn. Wanneer ze zich uiteindelijk meer vertrouwd en veilig voelen komt dat vanzelf wel denk ik.

  • Leave a Reply

    Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.